|
Rijksvaccinatieprogramma
|
In Nederland waren vroeger infectieziekten zoals kinkhoest, tetanus, polio, bof, mazelen en rode hond, een groot probleem voor de volksgezondheid. Om de 200.000 kinderen die in Nederland jaarlijks worden geboren te beschermen tegen infectieziekten, worden zij sinds 1957, op kosten van het rijk, gevaccineerd in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma. Veel van de ziekten zijn door het invoeren van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) geheel of vrijwel geheel verdwenen. Op grond van het Rijksvaccinatieprogramma worden kinderen ingeënt tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, hib-ziekten, bof, mazelen, rodehond en indien nodig hepatitis B.
Het Rijksvaccinatieprogramma
(RVP)
Vaccinaties in het kader van het RVP gebeuren op vrijwillige basis. De Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bepaalt welke vaccins in het RVP zijn
opgenomen. Vanaf 1 januari 1999 ziet het RVP er als volgt uit: de
DKTP ( Difterie Kinkhoest Tetanus en Polio)- en Hib-vaccinaties
vinden plaats op een leeftijd van 2, 3, 4 en 11 maanden. Bij vier- en negenjarigen
vindt een aanvullende DTP (Difterie Tetanus Polio)-vaccinatie plaats. Op de
leeftijd van 14 maanden en 9 jaar krijgen kinderen een BMR
(Bof Mazelen Rode Hond)-vaccinatie.
Kinderen van wie de moeder besmet is met het hepatitis B-virus, krijgen binnen
48 uur na de geboorte een hepatitis B-vaccinatie.
Bovendien krijgen zij vlak na de geboorte immunoglobulinen (kant-en-klare antistoffen).
Kinderen van draagsters én kinderen waarvan één van de ouders afkomstig is uit
een land waar hepatitis B veel voorkomt, krijgen vanaf 1 juni 2006 bij 2, 3,
4 en 11 maanden het combinatievaccin DKTP-Hib-HepB waarin ook een vaccin tegen
hepatitis B zit.
Sinds juni 2002 worden kinderen
op de leeftijd van 14 maanden in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma
gevaccineerd tegen meningokokken type C. Dit gebeurt met het vaccin genaamd
Neisvac-C® of Meningitec®.
Via deze vaccinatie zijn kinderen in ieder geval 10 jaar beschermd tegen meningokokken
type C en mogelijk zelfs gedurende hun hele leven.
De inentingen van de meeste zuigelingen en peuters vinden plaats op consultatiebureaus en zijn een onderdeel van de Thuiszorg. Bij de inenting van schoolkinderen zijn vaak medewerkers van de GGD'en, en soms ook huisartsen, betrokken. Het aantal gevaccineerden is al jaren lang hoog in Nederland. Circa 97% van alle geregistreerde kinderen ontvangt tenminste drie DKTP-vaccinaties in het eerste levensjaar. Met BMR-vaccin is ruim 94% van de kinderen in het tweede levensjaar geënt. Ongeveer 90% van de 9-jarigen ontvangt de BMR- én de 2e DTP-enting. Jaarlijks krijgt ca. 3% van de kinderen geen DKTP-prik. Dat is meestal vanwege religieuze redenen.