Immunoglobuline

Algemene informatie
Immunoglobuline wordt gebruikt voor bescherming tegen hepatitis A bij personen die risico lopen op blootstelling aan hepatitis A-virus.

Niet te gebruiken bij
Vaccinatie met immunoglobuline wordt afgeraden in geval van overgevoeligheid voor immunoglobuline of een van de overige bestanddelen. Sommige preparaten met immunoglobulinen bevatten thiomersal als conserveermiddel. Thiomersal is een kwikverbinding; gebruik wordt afgeraden bij zwangere vrouwen, bij vrouwen die borstvoeding geven en bij kinderen jonger dan 6 jaar. Er zijn preparaten zonder thiomersal verkrijgbaar.

Gebruik gedurende zwangerschap en het geven van borstvoeding
Immunoglobulinen, zonder het conserveermiddel thiomersal, kunnen zonder problemen gegeven worden aan zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven.

Wisselwerking met andere vaccins en/of medicijnen
Immunoglobulinen kunnen de werking van het BMR-vaccin verminderen. Na toediening van het BMR-vaccin wordt geadviseerd de eerste 3 tot 4 weken geen immunoglobuline te geven. Na toediening van immunoglobuline dient tot ten minste 3 maanden daarna geen BMR-vaccin gegeven te worden.

Dosering en de wijze van gebruik
Na de gebruikelijke voorzorgen, gebeurt de injectie in een spier. De hoeveelheid immunoglobuline die gegeven wordt is afhankelijk van leeftijd, gewicht en verblijfsduur in het gebied waarvoor hepatitis A vaccinatie geadviseerd wordt.

Speciale waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen bij gebruik
Indien immunoglobuline wordt toegediend aan personen die in het verleden een allergische reactie hebben gehad op de injectie van immunoglobuline, wordt scherpe controle geadviseerd.

Bijwerkingen
Op de injectieplaats kunnen lokale reacties als roodheid, pijn, hardheid en zwelling voorkomen. Verder kunnen voorkomen: koorts, hoofdpijn, misselijkheid, vermoeidheid, malaise, braken en allergische reacties.