Hepatitis B-vaccin
Algemene informatie
Het hepatitis B-vaccin (HB-VAX-DNA® of Engerix-B®) wordt gebruikt voor vaccinatie
tegen hepatitis B bij personen
die risico lopen op blootstelling aan hepatitis B-virus.
Niet te gebruiken
bij
Gewoonlijk wordt vaccinatie uitgesteld in geval van ziekte die met hoge koorts
gepaard gaat.
Gebruik gedurende
zwangerschap en het geven van borstvoeding
Het effect van hepatitis B-vaccin op de ontwikkeling van de foetus is niet onderzocht.
Aangenomen wordt dat het risico voor de foetus te verwaarlozen is. Tijdens zwangerschap
alleen gebruiken indien strikt noodzakelijk. Omdat niet is onderzocht of het
vaccin enig effect op de zuigeling heeft dient men terughoudend te zijn met
voorschrijven aan moeders die borstvoeding geven.
Wisselwerking met
andere vaccins en/of medicijnen
Het is mogelijk dat bij toediening van het hepatitis B-vaccin aan personen die
met cytostatica of corticosteroïden worden behandeld de respons niet voldoende
is.
Dosering en de wijze van gebruik
Na de gebruikelijke voorzorgen, gebeurt de injectie in een spier. Het vaccinatieschema
bestaat uit 3 injecties; de tweede injectie 1 maand na de eerste injectie en
de derde injectie 6 maanden na de eerste injectie. Wanneer een snelle bescherming
wordt vereist dan 3 injecties geven: de tweede injectie 1 week na de eerste
injectie en de derde injectie 3 weken na de eerste injectie. Aanbevolen wordt
12 maanden na de eerste injectie een vierde injectie te geven.
Bij chronische hemodialysepatiënten worden 4 injecties gegeven; 1 maand, 2 maanden
en 6 maanden na de eerste injectie. De duur van de bescherming is nog onvoldoende
bekend, bij een vaccinatieschema van 3 injecties gaat men uit van een beschermingsduur
van 5 jaar en bij een vaccinatieschema van 4 injecties van een beschermingsduur
van 8 jaar.
Speciale waarschuwingen
en voorzorgen bij gebruik
Voorzichtigheid is geboden bij personen met een ernstig gestoorde hart/longfunktie.
Bij hemodialysepatiënten, bij patiënten met een verzwakt afweersysteem en bij
patiënten die met medicijnen behandeld worden die het afweersysteem beïnvloeden
kan het nodig zijn een aanvullende vaccinatie te geven om een goede bescherming
te krijgen.
Bijwerkingen
Op de injectieplaats kunnen locale reacties als huiduitslag, pijn, jeuk, hardheid
en warmte voorkomen. Deze bijwerkingen verdwijnen meestal binnen 2 dagen na
vaccinatie. Verder kunnen voorkomen: koorts, griepachtige symptomen, hoofdpijn,
misselijkheid, vermoeidheid, malaise, diarree, braken, buikpijn, spierpijn,
duizeligheid, gewrichtspijnen en allergische reacties.