Bof-, mazelen- en rode hondvaccin - BMR-vaccin
Algemene informatie
Bof-, mazelen- en rode hondvaccin (BMR-vaccin) wordt gebruikt voor vaccinatie
tegen bof, mazelen en rode hond vanaf de leeftijd van 14 maanden. Het is mogelijk
om het BMR-vaccin onder bepaalde omstandigheden op jongere leeftijd te geven.
Niet te gebruiken
bij
Het BMR-vaccin bevat levende verzwakte virusstammen en toepassing wordt dan
ook afgeraden bij patiënten die met corticosteroïden of cytostatica worden behandeld
en bij patiënten met stoornissen in het afweermechanisme waaronder HIV-geïnfecteerde
patiënten met ernstige immuundeficiëntie (zie ook: speciale
waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik).
Gebruik gedurende
zwangerschap en het geven van borstvoeding
Omdat men niet weet of het BMR-vaccin een nadelig effect heeft op de ontwikkeling
van de foetus mag het BMR-vaccin niet gebruikt worden bij zwangerschap. Indien
vrouwen na de puberteit worden gevaccineerd dan moet zwangerschap op het moment
van vaccinatie worden uitgesloten en de eerst 3 maanden na de vaccinatie worden
voorkomen.
Wisselwerking met
andere vaccins en/of medicijnen
De BMR-vaccinatie kan gelijktijdig gegeven worden met andere vaccins die in
het Rijksvaccinatieprogramma worden toegepast,
uiteraard op een andere injectieplaats. Als hiervan geen gebruik wordt gemaakt,
dient een tussentijd te worden aangehouden van tenminste 2 weken indien de D(K)TP-
en/of Hib-vaccin vóór de BMR-vaccinatie is gegeven en van 4 weken indien de
D(K)TP- en/of Hib-vaccin na de BMR vaccinatie wordt gegeven.
Preventie van hepatitis A met immunoglobuline
moet 3 maanden voor of 2 weken na de BMR vaccinatie gegeven te worden.
Dosering en de wijze
van gebruik
Het vaccin moet langzaam worden toegediend, bij voorkeur in de bovenarm. Niet
intraveneus spuiten. Het Rijksvaccinatieprogramma adviseert
een BMR- vaccinatie op een leeftijd van 14 maanden en een tweede vaccinatie
op circa 9 jarige leeftijd. Alhoewel de effectiviteit van een BMR-vaccinatie
in het eerste levensjaar (tot en met de twaalfde levensmaand) niet is onderzocht,
kan het in bepaalde gevallen wenselijk zijn de BMR-vaccinatie eerder te geven.
Kinderen die BMR-vaccin kregen voor de leeftijd van 12 maanden, moeten opnieuw
worden gevaccineerd na de leeftijd van 14 maanden. Vaccinatie vóór de leeftijd
van 6 maanden wordt afgeraden. Ook volwassenen kunnen met BMR-vaccin worden
geïmmuniseerd. Dan is een éénmalige toediening van BMR-vaccin voldoende.
Speciale waarschuwingen
en voorzorgen bij gebruik
Het Bof- en Mazelenvirus worden gekweekt in cellen afkomstig van kippenembryo's.
Overgevoeligheid voor kippeneiwit is geen reden om het BMR-vaccin niet te geven.
Patiënten die bekend zijn met allergische reacties op kippeneiwit kunnen BMR-vaccinaties
onder de gebruikelijke voorzorgen worden uitgevoerd. Bij HIV-patiënten met een
ernstig verstoord immuunsysteem komen BMR-vaccinatie gerelateerde complicaties
voor. Aan hen wordt BMR-vaccin dan ook niet toegediend; bij contacten van dergelijke
patiënten met mazelen wordt aanbevolen infectie te voorkomen met normaal immunoglobuline.
Bij HIV-geïnfecteerde patiënten met een licht tot matig verstoord immuunsysteem
kan BMR-vaccinatie geadviseerd worden ter voorkoming van vaak fataal verlopende
mazelen bij deze patiënten. Voor gelijktijdig toedienen van vaccins zie onder
dosering en de wijze van gebruik. Aanbevolen wordt vaccinatie tegen BMR minstens
3 maanden uit te stellen na transfusie met totaal bloed of plasma en na toediening
van immunoglobuline afkomstig van de mens.
Bijwerkingen
Vaccinatie kan gedurende korte tijd een branderig, stekend gevoel geven op de
plaats van enting. Koorts en/of huiduitslag kan optreden 5 tot 12 dagen na vaccinatie.
Kinderen die met hoge temperatuur op vaccinatie reageren, kunnen, indien hiervoor
gevoelig, een convulsie krijgen. In zeer zeldzame gevallen zijn na vaccinatie
hersenvliesontsteking en andere reacties van het centraal zenuwstelsel waargenomen.
Dat BMR-vaccinatie daarvan de oorzaak is kon niet worden uitgesloten; echter
een verhoging van het aantal gevallen in vergelijking met niet-gevaccineerden
is niet waargenomen. De rode hond-component van het vaccin geeft bij kinderen
weinig reacties. Soms wordt een zwelling van de lymfeklieren waargenomen. Echter,
vooral bij volwassen vrouwen, zijn 2 à 4 weken na vaccinatie passagère arthralgieën
en arthritiden gezien. Sporadisch treden allergische reacties op.